De spoorlijn door de Apennijnen die bijna niemand neemt
Tussen Sulmona en L'Aquila rijdt een trein door verlaten bergdorpen, tientallen tunnels en hoge bruggen. Traag, leeg en nauwelijks bekend.

Tussen Sulmona en L'Aquila ligt een spoorlijn die op de meeste reisplannen niet voorkomt. De trein doet er ongeveer twee uur over, kronkelt door de Abruzzen en stopt op stations waar vaak niemand op het perron staat. Wie de rit maakt, ziet een berglandschap dat je vanuit de auto mist.
Wat je precies ziet
De lijn volgt de vallei van de Aterno en klimt naar het hoogste punt bij Sassa Tornimparte, op zo'n 900 meter. Onderweg passeert de trein tientallen tunnels en enkele hoge bruggen. De bekendste is de Ponte San Giovanni, een stalen vakwerkbrug uit de jaren 1880. De dorpen langs de route, zoals Castel di Sangro en Barisciano, liggen vaak hoog boven het spoor. Vanuit het raam zie je kerktorens en steile daken, maar de trein stopt er niet altijd.
De rit is traag: de maximumsnelheid ligt op 70 km/u, op sommige stukken zelfs lager. Dat is geen toeval. De lijn werd tussen 1873 en 1888 aangelegd met het oog op goederenvervoer, niet op snelheid. De vele bochten en het verouderde spoor maken een snellere dienst vandaag onmogelijk zonder grote investeringen.
Waarom de lijn zo leeg is
De spoorlijn Sulmona-L'Aquila is nooit een drukke passagierslijn geworden. Na de opening van de autostrada A25 in de jaren 1970 verhuisde het verkeer naar de weg. De trein bleef vooral voor forensen en scholieren, maar sinds de jaren 2000 daalt het aantal reizigers verder. Vandaag rijden er nog maar een handvol treinen per dag, en op zondag soms helemaal geen.
De verlaten stations zijn daar het zichtbare gevolg van. Beffi en Fagnano Alto hebben geen loket meer, geen wachthuisje, soms zelfs geen verlichting. De perrons zijn overwoekerd, de banken verroest. Toch stopt de trein er nog, op verzoek. Voor de paar mensen die er wonen is het de enige openbare vervoersverbinding met de buitenwereld.
De geschiedenis van het spoor
De lijn maakt deel uit van de Ferrovia Adriatico-Sangritana, een netwerk dat in de late 19e eeuw werd aangelegd om de Adriatische kust te verbinden met het binnenland van de Abruzzen. De aanleg was een technische uitdaging: de bergen zijn steil, de grond onstabiel. Bij de aanleg kwamen tientallen arbeiders om het leven, vooral bij de aanleg van de tunnels. De spoorlijn werd in 1888 volledig geopend.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de lijn geëlektrificeerd, maar de investeringen bleven beperkt. In de jaren 1990 en 2000 werden enkele stations gesloten en werd de dienstregeling uitgedund. Sinds 2014 rijdt er een proefproject met een historische dieseltrein in de zomer, maar een structurele oplossing is er niet.
Wat je moet weten als je gaat
De trein vertrekt vanuit Sulmona, een stad met een station op de lijn Rome-Pescara. Vanuit België reis je het makkelijkst met de trein naar Rome en dan verder naar Sulmona. De rit naar L'Aquila duurt ongeveer twee uur. Kaartjes koop je aan het loket in Sulmona of via de app van Trenitalia. Prijzen variëren, maar reken op een tiental euro voor een enkele rit.
Wil je de rit maken, check dan vooraf de dienstregeling: op sommige dagen rijdt er maar één trein per richting. De zomer is de beste periode, omdat dan ook de historische trein rijdt. Wie van plan is om onderweg uit te stappen, moet weten dat niet elk station even bereikbaar is. In Castel di Sangro is er een busverbinding, in Barisciano moet je een flinke klim doen.
De spoorlijn is geen toeristische attractie met een infopunt of een app. Het is een werkende spoorlijn die vooral door locals wordt gebruikt, en dat is precies wat de rit bijzonder maakt. Geen audioguide, geen souvenirwinkel, alleen het geluid van de dieselmotor en het uitzicht op de bergen.






