Slimme steden pakken files aan met realtime data
Steden gebruiken sensoren en adaptieve verkeerslichten om de doorstroming te verbeteren en de uitstoot van stilstaand verkeer te verminderen.

Steden zetten steeds vaker in op realtime data-analyse om het verkeer vloeibaar te houden. Door de inzet van sensoren en algoritmes kunnen verkeerslichten direct reageren op de werkelijke drukte op straat, in plaats van te werken met vaste tijdsintervallen.
Sensoren sturen het verkeerslicht
In een smart city verzamelen sensoren in het wegdek en slimme camera's continu gegevens over het aantal voertuigen en hun snelheid. Deze data worden direct verwerkt door een centraal systeem dat de adaptieve verkeerslichten aanstuurt. Wanneer er aan één kant van een kruispunt geen verkeer is, krijgt de drukke zijde langer groen.
Dit systeem voorkomt dat automobilisten onnodig staan te wachten voor een leeg kruispunt. Omdat voertuigen minder vaak moeten optrekken en afremmen, daalt het brandstofverbruik en de lokale uitstoot van fijnstof en CO2 aanzienlijk. De betere doorstroming zorgt er bovendien voor dat hulpdiensten sneller hun bestemming bereiken.
Minder uitstoot door betere doorstroming
De focus van deze technologie ligt op het verminderen van de zogenaamde stop-and-go bewegingen. Stilstaand verkeer is een van de grootste bronnen van luchtvervuiling in stedelijke gebieden. Door de verkeersstroom te optimaliseren via realtime data-analyse, kunnen steden de ecologische voetafdruk van het wegverkeer verkleinen zonder dat er direct rijstroken moeten worden geschrapt.
In Vlaanderen experimenteren steden als Antwerpen en Gent al langer met slimme verkeersmanagementsystemen. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar auto's, maar krijgen ook bussen van De Lijn of grote groepen fietsers vaker voorrang via detectiesystemen, wat de algehele mobiliteit in de stad efficiënter maakt.






