Stadsimkeren in Antwerpen: bijen op daken en in stadstuinen
Steeds meer Antwerpenaren zetten bijenkasten op hun dak of in de tuin. Wat betekent dat voor de biodiversiteit, de honing en de regels?

Antwerpen telt naar schatting enkele honderden hobby-imkers, en het aantal blijft groeien. De stad leent zich daar verrassend goed voor: daken, binnentuinen en volkstuintjes bieden beschutting, en langs de Schelde en in de parken staat een breed palet aan drachtplanten. Maar die groei wringt met de biodiversiteit en met de regelgeving.
Bijen op daken en in stadstuinen
Een bijenkast op een dak is populair omdat er weinig plaats nodig is en de kast beschut staat. In Antwerpen zijn er kasten op daken van kantoren, scholen en woonblokken, en in stadstuinen in onder meer Borgerhout en Berchem. De imker oogst er honing die vaak anders smaakt dan plattelandshoning, omdat het stuifmeel uit parken, tuinen en langs de Schelde komt.
Drachtplanten in parken en langs de Schelde
Bijen halen nectar en stuifmeel van drachtplanten: bloemen die veel en makkelijk bereikbare voeding leveren. In Antwerpen gaat het om een mix van parkbeplanting, geveltuinen, bloemenweides en wilde planten langs de Schelde. Die variatie is een voordeel voor de honingbij, maar niet automatisch voor alle wilde bijen. Honingbijen vliegen ver en kunnen op bloemen concurrereren met solitaire bijen en hommels. Onderzoekers waarschuwen dat een hoge dichtheid aan kasten de druk op wilde bestuivers kan opvoeren, zeker in een stad waar bloemen beperkt zijn.
Regels en biodiversiteit
Stedelijk imkeren is in België niet vrijblijvend. Wie bijen houdt, moet zich aanmelden bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) en voldoen aan de regels rond dierengezondheid, zoals de bestrijding van de varroamijt. Daarnaast kunnen steden en gemeenten eigen voorschriften hebben, bijvoorbeeld over het aantal kasten per perceel of de afstand tot de perceelsgrens. In Antwerpen zijn er geen specifieke stedelijke bijenverordeningen bekend, maar de algemene regels van het FAVV gelden wel. Voor wie wil beginnen: informeer bij de gemeente naar lokale beperkingen en bij een imkervereniging naar begeleiding.
De spanning tussen honingproductie en biodiversiteit blijft. Meer kasten betekent niet automatisch meer natuur. Wie wil bijdragen aan wilde bijen, kan beter inheemse drachtplanten planten en nestgelegenheid creëren dan nog een kast bijzetten.






