Klei uit Portugal: waar dorpen nog draaien en bakken
In Alentejo en rond Caldas da Rainha delven dorpen hun eigen klei en bakken ze in houtovens. Draaien en handvormen overleven er als gemeenschapsambacht.

In dorpen in de Alentejo en rond Caldas da Rainha begint aardewerk niet in een winkel maar in de grond. Kleigroeven liggen er vaak op wandelafstand van de werkplaats. De klei wordt met de hand uitgeschept, te drogen gelegd en met water tot een kneedbare massa verwerkt. Dat delven is geen folkloristisch detail: het bepaalt welke stukken een dorp kan maken, want elke groeve levert een andere klei met een eigen vetheid en kleur na het bakken.
Draaien en handvormen
Twee technieken leven naast elkaar. Op het wiel draait de pottenbakker cilinders die tot kruiken, borden of bloempotten worden. Daarnaast blijft het handvormen bestaan: rollen klei worden tot ringen geduwd en op elkaar gestapeld, of een platte lap wordt met de hand tot een schaal gevormd. Dat handvormen is trager en laat geen twee identieke stukken toe, maar het is ook de techniek die overleeft wanneer een dorp geen elektrische draaischijf heeft of wanneer een vorm zich niet laat draaien.
Kleigroeven en ovens als buurtwerk
De kleigroeve en de oven zijn de plekken waar het ambacht ophoudt individueel te zijn. Klei delven gebeurt vaak in groep, omdat één persoon niet genoeg materiaal uit een groeve haalt voor een volledige bakronde. En de oven, meestal een houtgestookte oven die uren nodig heeft om op temperatuur te komen, wordt gedeeld. Wie geen oven heeft, brengt zijn gedroogde stukken naar de oven van een buur of naar een gemeenschappelijke oven in het dorp. Eén bakronde betekent dus wachten op elkaar, samen stoken en samen uitladen. Dat ritme bepaalt het productiejaar van een dorp meer dan eender welke marktvraag.
Rond Caldas da Rainha is die traditie zichtbaar in de vele kleine werkplaatsen die nog met lokale klei werken. In de Alentejo ligt de nadruk vaker op gebruiksaardewerk: kruiken, waterpotten en borden die tegen een stootje kunnen en die in de keuken van het dorp zelf terechtkomen. De stukken zijn er vaak rood of bruin van toon, afhankelijk van de klei uit de dichtstbijzijnde groeve.
Wat er verandert
Het ambacht staat onder druk door vergrijzing en door goedkoper industrieel aardewerk. Toch blijven sommige dorpen bakken, omdat de oven en de groeve nu eenmaal bestaan en omdat er vraag is naar stukken die niet uit een mal komen. Wie een werkplaats bezoekt, ziet meestal het volledige proces: van de kleigroeve achter het dorp tot de afgekoelde potten naast de oven. Dat is meteen ook het beste moment om te vragen welke klei uit welke groeve komt, want dat verschilt per dorp en bepaalt het resultaat.






