Fietspaden door oude spoortunnels: donker, stil en verrassend praktisch
Van de Ennstaler Alpen tot de Ardèche: voormalige spoortunnels worden fietspaden. Wat komt er kijken bij de ombouw, en hoe voelt het om erdoor te rijden?

Een spoortunnel ombouwen tot fietspad is geen kwestie van asfalt gieten en gaan. Eerst moet de tunnel vorstvrij, waterdicht en verlicht raken. In de Ennstaler Alpen, op de route van de voormalige Ybbstalbahn in Oostenrijk, zijn de buizen voorzien van ledverlichting die aangaat zodra een fietser de bewegingssensor passeert. De aanwezigheid van een sensor is geen detail: zonder zo'n systeem brandt de verlichting dag en nacht, en dat vreet energie.
Van spoor naar fietspad
De ombouw begint meestal met het verwijderen van de sporen en dwarsliggers. Daarna volgt een fundering van gebroken steen, gevolgd door een asfalt- of betonlaag. In tunnels die vochtig blijven, wordt een drainagesysteem aangelegd langs de wanden. De grootste uitdaging is de ventilatie: een fietser produceert geen uitlaatgassen, maar in lange tunnels kan de lucht toch vochtig en muf worden. Daarom worden in sommige gevallen ventilatoren geplaatst, of blijft de tunnel aan beide zijden open voor natuurlijke luchtstroming.
In de Ardèche in Frankrijk, op de voormalige spoorlijn tussen La Voulte en Le Teil, zijn de tunnels kort genoeg om zonder actieve ventilatie te werken. De route volgt de Rhône en doet dienst als groene long voor de regio. In België zijn er plannen om de voormalige spoorlijn 163 tussen Libramont en Bastogne om te vormen, maar de tunnels op dat traject zijn nog niet aangepast.
De beleving van een donkere buis
Wie door een spoortunnel fietst, merkt meteen het verschil met een gewone weg. Het geluid van banden op asfalt kaatst tegen de wanden en wordt doffer. De temperatuur daalt enkele graden, ook in de zomer. In lange tunnels, zoals de 1,6 kilometer lange tunnel op de Ennstaler route, is het donker genoeg om je fietslicht echt nodig te hebben. De verlichting langs de wand is zwak genoeg om de sterren niet te verbergen, maar sterk genoeg om de weg te zien.
De sensoren die de verlichting aansturen, werken met een vertraging van enkele seconden. Dat betekent dat je even in het donker rijdt voordat het licht aangaat. Voor sommige fietsers is dat het mooiste moment: het gevoel dat de tunnel alleen voor jou oplicht.
Voorbeelden in Europa
- Oostenrijk: de Ybbstalbahn-route in de Ennstaler Alpen telt meerdere tunnels, waaronder een van 1,6 kilometer. De route is populair bij gezinnen.
- Frankrijk: de Voie Verte van de Ardèche volgt de voormalige spoorlijn en heeft tunnels die zijn voorzien van sensorgestuurde verlichting.
- Italië: de voormalige spoorlijn van de Dolomieten, de Ferrovia delle Dolomiti, is deels omgebouwd tot fietspad, met tunnels die nog in originele staat zijn.
- België: de plannen voor spoorlijn 163 zijn nog niet uitgevoerd, maar de route wordt wel al gebruikt door wandelaars.
De ombouw van spoortunnels tot fietspaden is geen nieuw fenomeen. In de jaren 90 begon men in Oostenrijk met het omvormen van oude spoorlijnen. Sindsdien zijn er in Europa honderden kilometers bijgekomen. De techniek is inmiddels gestandaardiseerd: sensoren, ledverlichting en drainage zijn de norm. Wat overblijft is de ervaring van een donkere buis die je alleen met je fietslicht doorkruist.






