Pelješac: oesters, zout en een brug die alles veranderde
Het Kroatische schiereiland Pelješac leeft van oesters en wijn, maar de nieuwe brug naar het vasteland veranderde het reisritme.

Pelješac is een smalle strook land in Zuid-Dalmatië die je sinds 2022 met de auto bereikt via de Pelješacbrug, een brug van 2,4 kilometer die de Kroatische kust rond de baai van Neum sluit. Voordien moest je door Bosnië en Herzegovina, met twee grenscontroles. Die omweg is weg, en dat voel je in de weekends: het schiereiland is drukker dan tien jaar geleden.
Oesters uit Mali Ston
De baai van Mali Ston, aan de noordkant van Pelješac, is een van de weinige plaatsen in de Adriatische Zee waar oesters van nature voorkomen. De Romeinen kweekten er al oesters, en de traditie is nooit helemaal verdwenen. Vandaag liggen de kweekbedden in de smalle zeearm tussen Ston en het schiereiland, waar zoet water uit de Neretva de zee verdund. Dat mengsel maakt het water brak en rijk aan plankton, en dat is precies wat oesters nodig hebben.
De kwekers werken met houten vlotten en touwen. Een oester doet er twee tot drie jaar over om de maat te halen die op de markt verkocht wordt. Je koopt ze het beste rechtstreeks bij de kweker aan de kade in Mali Ston of in Ston zelf, vaak per stuk of per kilo, en je eet ze ter plaatse met een glas witte wijn uit de regio. De prijs schommelt, maar reken op enkele euro's per stuk.
Zout en zeilen
Ston is meer dan oesters. De zoutpannen van Ston zijn eeuwenoud en leverden ooit een groot deel van de inkomsten van de Republiek Ragusa, het huidige Dubrovnik. Het zout wordt nog altijd gewonnen, zij het op kleinere schaal. De middeleeuwse stadsmuren van Ston, die doorlopen tot Mali Ston, zijn de langste verdedigingsmuur van Europa.
De maritieme geschiedenis van Pelješac is er een van zeelieden en kapiteins. In Orebic, aan de zuidkant, staat een maritiem museum dat de tijd van de zeilvaart documenteert. Veel families uit Orebic en het naburige Kučište hadden kapiteins in dienst op handelsschepen die de Middellandse Zee bevaren. Die scheepvaart bracht geld naar het schiereiland, en je ziet het aan de huizen in de kustdorpen.
Wijn en wandelen
Pelješac is ook wijngebied. De hellingen rond Dingač en Postup, op het zuiden gericht, geven de druif plavac mali een volle, donkere wijn. De wijngaarden liggen steil en worden met de hand onderhouden. Verschillende wijnhuizen ontvangen bezoekers, maar de oogsttijd is niet het moment om zomaar binnen te wandelen.
Wie wil wandelen, kan terecht op de hellingen boven de kust, of langs de oude muur van Ston naar Mali Ston. Het binnenland is ruig en dunbevolkt. Het schiereiland is geen strandbestemming met lange zandstranden; de kust is rotsachtig en de baaitjes zijn klein. Daarvoor moet je naar Korčula of verder zuidwaarts.
De brug heeft Pelješac bereikbaarder gemaakt, maar ook de drukte gebracht. Wie de oesters en de wijn wil, kan dat het beste buiten juli en augustus doen.






