Nachtmarkten in La Paz worden het sociale hart van de stad
In La Paz en El Alto groeien nachtmarkten uit tot ontmoetingsplekken voor migranten uit de bergdorpen. Straatverkopers houden de stad draaiende na zonsondergang.

Van overleven naar samenleven
In de steile straten van La Paz en de aangrenzende stad El Alto openen markten steeds vaker pas na zonsondergang. Wat begon als informele handel langs de weg, is uitgegroeid tot een vast ritueel: duizenden straatverkopers bouwen hun kraampjes op zodra de kantoren sluiten. Voor veel bewoners is de nachtmarkt geen noodoplossing meer, maar de plek waar ze boodschappen doen, eten en elkaar ontmoeten.
De opkomst hangt samen met de migratie uit het platteland. Sinds de jaren 2000 trekken jaarlijks tienduizenden Aymara- en Quechua-families uit de bergdorpen naar de grootstedelijke regio. In El Alto, dat in 1985 nog geen zelfstandige stad was en nu meer dan 900.000 inwoners telt, vinden nieuwkomers vaak geen vast werk in de formele economie. De nachtmarkt biedt een inkomen zonder hoge opstartkosten: een kleedje, een paar kisten en wat koopwaar volstaan.
De straatverkoper als spil
Volgens de gemeentelijke dienst voor markten van La Paz zijn er naar schatting 15.000 verkopers actief in de avonduren, verspreid over een tiental zones. De meesten werken zonder vaste vergunning. Ze betalen een kleine bijdrage aan de buurtvereniging die de markt organiseert, niet aan de stad.
Dat informele karakter maakt de markt kwetsbaar. Politiecontroles en opruimacties komen regelmatig voor, maar lokale besturen grijpen zelden hard in. De markten voorzien in een behoefte die winkels niet dekken: verse producten uit de valleien, warme maaltijden en kleding tegen lage prijzen, op uren waarop supermarkten gesloten zijn.
Voor de verkopers zelf is de markt ook een sociaal vangnet. Vrouwen die overdag voor kinderen zorgen, verkopen 's avonds. Wie net uit een dorp is aangekomen, vindt er taalgenoten en advies over huisvesting. De markt functioneert als een informele welkomstbalie voor nieuwe migranten.
El Alto als laboratorium
Nergens is dat duidelijker dan in El Alto. De stad groeide sneller dan de overheid kon bijbenen, met wijken die decennialang geen riolering of verharde wegen hadden. Bewoners organiseerden zich in buurtraden, en diezelfde structuur draagt nu de nachtmarkten. Elke wijk heeft zijn eigen marktdag, vaak op vrijdag of zaterdag, wanneer de meeste mensen loon hebben ontvangen.
De markt is er niet alleen economisch. Ze is een plek waar Aymara-tradities zichtbaar blijven: kruidenvrouwen verkopen geneeskrachtige planten, muzikanten spelen, en de cholitas (vrouwen in traditionele kledij) runnen er hun eigen kraampjes. Voor jongeren die opgroeien tussen twee culturen, biedt de markt een van de weinige openbare ruimtes waar die achtergrond niet als iets uit het verleden wordt gezien, maar als dagelijkse realiteit.
Wat de markt niet oplost
De nachtmarkten verbergen ook problemen. De informele handel levert de stad weinig belastinginkomsten op, terwijl de kosten voor afvalophaling en veiligheid stijgen. Verkopers klagen over toenemende concurrentie en dalende marges. En de groei van El Alto legt druk op water en elektriciteit, die in sommige wijken nog steeds beperkt beschikbaar zijn.
Toch blijft de markt voorlopig de spil van het stedelijke leven na zonsondergang. Wie in La Paz of El Alto woont, weet: als de winkels sluiten, begint de stad pas echt te werken.






