Oost-Europese wijnstreken heropleven na sovjetverleden
Van Tokaj tot Kakheti: kleinschalige wijnbouwers herstellen inheemse druivenrassen die onder het sovjetregime massaal werden gerooid.

Hongarije, Georgië, Moldavië en Tsjechië hebben één ding gemeen: hun wijnbouw werd in de twintigste eeuw door het sovjetregime op één lijn geduwd. Vandaag halen kleinschalige wijnbouwers oude inheemse druivenrassen van onder het stof.
Van massaproductie naar kwaliteit
Onder sovjetbewind moest wijn vooral in grote hoeveelheden worden geproduceerd. In Hongarije werd Tokaj daardoor een zoete massawijn, in Georgië verdwenen honderden inheemse rassen, en in Moldavië werd de sector volledig op export naar de Sovjet-Unie gericht. Na de val van de muur bleef die erfenis nog jaren doorwerken: verouderde wijnmakerijen, weinig knowhow en een markt die kwaliteit niet beloonde.
De kentering kwam van onderaf. Jonge wijnmakers trokken naar het buitenland, leerden daar moderne vinificatie en keerden terug naar hun dorp. Ze plantten opnieuw inheemse rassen aan, vaak op kleine percelen die nooit waren gerooid. In Tokaj ging het om Furmint en Hárslevelű, in Georgië om Saperavi en Rkatsiteli, in Moldavië om Fetească Neagră en Rara Neagră. In de Moravische wijnstreek, in het zuidoosten van Tsjechië, kwamen daar Pálava en Frankovka bij.
Inheemse rassen als antwoord
Die terugkeer naar inheemse rassen is geen romantiek. Het is een economische keuze. Internationale druiven zoals Chardonnay en Merlot groeien overal, waardoor een kleine regio moeilijk opvalt. Een Furmint of Saperavi kan nergens anders ter wereld op dezelfde manier worden gemaakt. Voor wijnbouwers in Tokaj, Kakheti of de Moravische heuvels is dat het enige echte exportargument.
De cijfers volgen die logica. In Georgië zijn er naar schatting meer dan 500 inheemse druivenrassen, waarvan er nog geen 50 commercieel worden aangeplant. Elk jaar komen er nieuwe bij, vaak door wijnmakers die oude wijnstokken in afgelegen valleien opnieuw identificeren. In Moldavië, een van de armste landen van Europa, is wijn een van de weinige exportsectoren die groeit.
Wat betekent dit voor wie hier koopt?
De heropleving is ook in België merkbaar. Gespecialiseerde wijnhandelaars en webshops bieden steeds vaker Tokaj, Georgische qvevri-wijnen en Moravische witte wijnen aan. De prijzen liggen doorgaans onder die van vergelijkbare Franse of Italiaanse wijnen, omdat de regio's nog niet dezelfde reputatie hebben opgebouwd. Voor wie wil ontdekken wat een Furmint of Saperavi kan, is dat een voordeel dat niet blijft duren.
De uitdaging blijft groot. Kleine wijnbouwers kampen met verouderde infrastructuur, beperkte financiering en een thuismarkt die weinig koopkracht heeft. In Moldavië en Georgië hangt de sector bovendien sterk af van export naar Rusland, een afhankelijkheid die na elke politieke spanning opnieuw pijn doet. De heropleving is dus reëel, maar nog fragiel.






