Vergeten groenten uit de Kempen maken comeback
Pastinaak, schorseneer en raap duiken opnieuw op in de Kempen. Lokale tuiniers en erfgoedverenigingen herontdekken de streekkeuken van vroeger.

Pastinaak, schorseneer en raap stonden decennialang niet meer op de Kempenaarse borden. Nu duiken ze weer op, bij tuiniers en erfgoedverenigingen die de oude streekkeuken nieuw leven inblazen.
Van volkstuin tot erfgoed
In de Kempen werden deze wortelgroenten generaties lang geteeld omdat ze goed gedijen op de zandgrond. Pastinaak en schorseneer verdroegen de arme bodem beter dan veel andere gewassen. Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen ze stilaan uit het straatbeeld: de supermarkt bood het hele jaar door een breder assortiment, en de teelt vroeg meer handwerk dan veel tuiniers nog wilden opbrengen.
Lokale tuiniersverenigingen en erfgoedorganisaties zoals de Heemkundige Kring in de regio proberen daar iets aan te veranderen. Ze verzamelen oude zaadrassen, leggen proeftuinen aan en geven workshops over teelt en verwerking. Het doel is niet om de groenten opnieuw grootschalig te verbouwen, maar om de kennis erover niet verloren te laten gaan.
Hoe ze vroeger op tafel kwamen
De bereiding was eenvoudig en seizoensgebonden. Pastinaak belandde in de soep of werd geroosterd naast vlees. Schorseneer, met zijn lange penwortel, werd gekookt en daarna gestoofd in boter, soms met een scheutje azijn. Raap diende als vulling voor stamppot of als bijgerecht bij wild.
Die gerechten zijn nooit helemaal verdwenen. In sommige Kempense dorpen duiken ze op bij oogstfeesten en erfgoedmarkten. De groenten zijn ook weer te vinden op de kaart van een handvol restaurants die met streekproducten werken.
Waarom het nu weer leeft
De hernieuwde belangstelling past in een bredere trend: mensen willen weten waar hun eten vandaan komt en zoeken naar gewassen die zonder veel ingrepen groeien. Voor de Kempense zandgrond zijn pastinaak, schorseneer en raap daarvoor geschikt. Ze vragen weinig bemesting en kunnen tegen droogte.
Of de heropleving doorzet, hangt af van de beschikbaarheid van zaadgoed en van de vraag of jonge tuiniers de teelt onder de knie krijgen. Erfgoedverenigingen spelen daarin een rol door kennis door te geven. Wie zelf wil beginnen, kan terecht bij lokale zadenbibliotheken en tuiniersverenigingen in de streek.






