Kruidenboter maken van wilde planten langs het jaagpad
Zevenblad, daslook en wilde bieslook: welke planten herken je met zekerheid langs een Vlaamse waterweg, en hoe maak je er kruidenboter van?

Langs een jaagpad groeien vaak meer eetbare planten dan je denkt. Maar de vraag is niet wat er groeit, wel wat je met zekerheid durft te plukken. Voor kruidenboter zijn drie planten het overwegen waard, elk met een eigen risico.
Zevenblad, daslook en wilde bieslook
Zevenblad (Aegopodium podagraria) groeit in dichte pollen langs beschaduwde oevers. De jonge bladeren smaken naar selder en peterselie. Het probleem: zevenblad lijkt op andere schermbloemigen, en sommige daarvan zijn giftig. Herken zevenblad aan de drievoudig geveerde bladeren met een duidelijke bladsteel die aan de onderkant een groef heeft. De plant bloeit later met witte schermen. Pluk alleen blad, geen bloem, en alleen als je de plant in alle seizoenen hebt gevolgd.
Daslook (Allium ursinum) is de makkelijkste van de drie. De bladeren ruiken sterk naar knoflook als je ze tussen je vingers wrijft. Daslook groeit in grote vlekken in vochtige loofbossen, vaak vlak bij water. De bloei valt in april en mei, met witte sterretjes. Het blad lijkt op dat van het lelietje-van-dalen, dat giftig is. Het verschil: daslook ruikt naar knoflook, lelietje-van-dalen niet. Twijfel je, wrijf dan een blad stuk. De geur is het bewijs.
Wilde bieslook (Allium schoenoprasum) groeit op zonnige, stenige oevers en in grasland. De holle, ronde sprieten lijken op bieslook uit de winkel, maar zijn fijner. De plant bloeit in juni en juli met paarse bolletjes. Ook hier geldt: de knoflook- of uiachtige geur is het kenmerk. Pluk de sprieten vlak boven de grond, dan groeit de plant terug.
Karnen of roeren
Voor kruidenboter heb je roomboter nodig op kamertemperatuur. Roeren met een vork of garde is het eenvoudigst: je mengt de fijngehakte kruiden door de boter tot een egale massa. Karnen doe je met koude room in een pot met een deksel. Je schudt tot de room splitst in boter en karnemelk. Dat duurt tien tot twintig minuten en levert verse boter op. Karnen geeft een andere textuur, maar is meer werk. Voor een klein potje kruidenboter is roeren de praktische keuze. Wil je zelf boter maken van wilde kruiden, dan karn je eerst en meng je daarna de kruiden erdoor.
Gebruik ongeveer een eetlepel fijngehakte kruiden per vijftig gram boter. Daslook is sterk, daar volstaat een theelepel. Zevenblad en wilde bieslook mogen royaler. Voeg geen zout toe tijdens het mengen, want de kruiden geven al vocht af. Bewaar de boter in de koelkast, maximaal een week.
Welke planten herken je met zekerheid?
Langs een Vlaamse of Nederlandse waterweg is daslook de veiligste keuze, op voorwaarde dat je de knoflookgeur controleert. Zevenblad vraagt meer ervaring, omdat de schermbloemigenfamilie giftige dubbelgangers heeft. Wilde bieslook is herkenbaar aan de holle sprieten en de uiengeur, maar groeit minder vaak op het jaagpad zelf.
Pluk nooit op plaatsen waar honden uitgelaten worden of waar het water vervuild is. Was de kruiden grondig. En pluk alleen wat je nodig hebt, niet de hele pol. Langs een jaagpad in Vlaanderen of Nederland geldt bovendien: op sommige oevers is plukken verboden omdat ze eigendom zijn van een waterbeheerder of een privé-eigenaar. Vraag het na bij de gemeente als je twijfelt.






