Houten schaatsen maken in Zweedse dorpen: ambacht op het ijs
In dorpen rond het Siljanmeer worden houten schaatsen nog met de hand gemaakt. Het hout en de techniek bepalen of je soepel over het ijs glijdt.

Rond het Siljanmeer in Dalarna worden in de winter nog houten schaatsen gemaakt. Niet als souvenir, maar om op te schaatsen. Het ambacht is er nooit helemaal verdwenen, omdat het meer in de winter een ijsvlakte wordt waarop dorpen elkaar ontmoeten.
Het hout bepaalt de schaats
Voor de voet van de schaats wordt meestal berkenhout gebruikt. Het is taai, splintert weinig en is in Dalarna ruim voorradig. Voor de glijders kiezen makers vaak esdoorn of beuken, omdat die harder zijn en minder snel slijten op het ijs. Het hout wordt minstens een jaar gedroogd voordat het wordt bewerkt. Nat hout werkt te veel en dan trekt de schaats krom.
Van blok tot schaats
Het maken begint met een blok hout dat met een bijl of zaag op ruwe vorm wordt gebracht. Daarna volgt het echte werk: met een schaaf en een mes wordt de voet uitgehold tot hij om de schoen past. De glijder wordt apart gevormd en met houten pennen of lijm aan de voet bevestigd. Vroeger werd de onderkant ingesmeerd met dierlijk vet, nu vaak met een mengsel van was en lijnolie. Het uithollen van de voet is het lastigste deel: te veel weghalen en de schaats zit niet meer vast, te weinig en hij knelt.
Wintercultuur op het ijs
Als het Siljanmeer dichtvriest, verandert het in een netwerk van ijsroutes tussen de dorpen. Houten schaatsen zijn daar populair omdat ze warmer zitten dan metalen en omdat ze op ruwer ijs minder snel vastlopen. In dorpen als Rättvik en Leksand worden in februari tochten georganiseerd waarbij deelnemers met zelfgemaakte schaatsen over het meer trekken. Het ambacht houdt zo stand: zonder schaatsen geen tocht, en zonder tocht geen reden om ze te maken.






