Fysieke impact van ultralopen op grote hoogte
Boven de 2500 meter verandert sporten in een overlevingsstrijd. Ontdek hoe hypoxie en metabole aanpassingen het lichaam van een ultraloper belasten.

Boven de 2500 meter daalt de luchtdruk, waardoor er per ademteug minder zuurstofmoleculen beschikbaar zijn voor de spieren. Voor een ultraloper die zonder zuurstofmasker presteert, dwingt deze hypoxie het lichaam tot acute en ingrijpende aanpassingen om het energieniveau op peil te houden.
Cardiovasculaire belasting en bloedgas
Zodra de zuurstofverzadiging in het bloed daalt, reageert het hart door de frequentie in rust en tijdens inspanning te verhogen. Omdat het slagvolume, de hoeveelheid bloed per hartslag, op grote hoogte vaak afneemt door een daling in plasmavolume, moet het hart vaker pompen om dezelfde hoeveelheid zuurstof bij de werkende spieren te krijgen.
Dit proces verhoogt de bloeddruk in de longslagaders. Bij extreme inspanning kan dit leiden tot vochtophoping, wat de gasuitwisseling verder bemoeilijkt. De loper ervaart dit als een snellere verzuring en een ademhaling die niet meer in verhouding staat tot het looptempo.
Metabole verschuivingen en energieverbruik
Het menselijk metabolisme schakelt op grote hoogte over naar een hogere afhankelijkheid van koolhydraten. Vetverbranding vereist namelijk meer zuurstof per geproduceerde eenheid ATP (energie) dan de verbranding van glucose. Voor een ultraloper betekent dit dat de glycogeenvoorraad veel sneller uitgeput raakt dan op zeeniveau.
Daarnaast stijgt het basaal metabolisme: het lichaam verbruikt in rust al meer energie om basisfuncties te onderhouden. In combinatie met een vaak onderdrukte eetlust door de hoogte, lopen atleten een verhoogd risico op een negatieve energiebalans, wat spierafbraak in de hand werkt tijdens meerdaagse tochten.
Aanpassing van de rode bloedcellen
Na enkele dagen tot weken op hoogte begint het lichaam meer erytropoëtine (EPO) aan te maken. Dit hormoon stimuleert de productie van rode bloedcellen om de transportcapaciteit voor zuurstof te vergroten. Hoewel dit een voordeel lijkt, maakt het de viscositeit van het bloed dikker.
Voor een gedehydrateerde ultraloper verhoogt dit dikkere bloed de weerstand in de bloedvaten, wat de thermoregulatie en de afvoer van afvalstoffen bemoeilijkt. Zonder de juiste acclimatisatie en hydratatie stijgt het risico op hoogteziekte en acute uitputting aanzienlijk.






