De kloostertuin van de Achelse Kluis, zonder monniken
De laatste trappisten verlieten de Sint-Benedictusabdij in 2020. Wat er overblijft is een grenstuin van buxus en lavendel, en een brouwerij die bleef draaien.

De Sint-Benedictusabdij, bij iedereen bekend als de Achelse Kluis, ligt precies op de grens tussen het Belgische Hamont-Achel en het Nederlandse Valkenswaard. Je stapt er van het ene land in het andere zonder dat iets dat aangeeft, op een grenspaal na. De trappistenabdij werd er gesticht in 1846, op een plek waar sinds het einde van de zeventiende eeuw al een kluizenarij stond.
Wie er vandaag heen gaat, moet één ding weten. Er wonen geen monniken meer. In juli 2020 verlieten de laatste twee trappisten het domein en verhuisden ze naar de abdij van Westmalle. De gemeenschap die hier bijna 175 jaar leefde, bestaat niet meer.
Dat verandert hoe je de tuin leest. Je kijkt niet naar een levend kloosterbedrijf, maar naar een landschap dat door een gemeenschap is aangelegd en dat daarna is overgenomen.
Buxus, lavendel en een muur die warmte vasthoudt
De perken binnen de muren worden afgebakend door Buxus sempervirens, in strakke lijnen die het oorspronkelijke ontwerp nog laten zien. In de zomer komt daar de geur bij van Lavandula angustifolia, aangeplant in grote groepen die bijen en vlinders aantrekken.
De abdijmuren zijn opgetrokken uit rode baksteen. Baksteen neemt overdag warmte op en geeft die 's avonds weer af, wat binnen de muren een microklimaat oplevert dat een graad of wat milder is dan het open Kempense land eromheen. Lavendel, van oorsprong een mediterrane plant, doet het daar merkbaar beter door.
De ondergrond is arme zandgrond, typisch voor de Kempen. Dat is ook de reden waarom de streek eeuwenlang dunbevolkt bleef en waarom een orde die van afzondering leefde hier terechtkwam.
Het bier bleef, de gemeenschap niet
Achel wordt nog altijd binnen de abdijmuren gebrouwen en mag het trappistenlabel blijven dragen. Dat label vraagt drie dingen: brouwen binnen de muren van een trappistenabdij, onder toezicht van monniken, en een opbrengst die naar de abdij en naar goede doelen gaat. Sinds het vertrek van de gemeenschap wordt dat toezicht vanuit Westmalle ingevuld.
Het is een van de weinige plekken waar je kan zien hoe een trappistenbier zijn label houdt terwijl de monniken zelf verhuisd zijn.
Praktisch
De site ligt in de vlakke Kempen, dus anders dan bij de meeste Waalse abdijen kom je hier geen hellingen tegen. Vanuit Antwerpen rijd je er ruim een uur over, vanuit Gent ongeveer het dubbele. De laatste kilometer loopt over een lange oprit weg van de gewestweg, waardoor het verkeerslawaai al verdwenen is voor je aankomt.
Het domein combineert vandaag een brouwerij, een abdijwinkel en horeca. Openingstijden en rondleidingen wisselen per seizoen en zijn de voorbije jaren meermaals veranderd, dus kijk ze na bij de Achelse Kluis zelf voor je vertrekt.






